Praktijk
In praktijk is de koppeling relatief eenvoudig te maken, door de “vegetation_mdl” invoerlijn in de “para_sim.inp” aan te passen. Verder moeten vegetatietype worden gedefinieerd in de “vg2crp_svat.inp”. Dit vegetatie type is gelinkt aan een “.crp” bestand met verdere informatie over dit gewas. Niet voor ieder vegetatietype moet een koppeling worden gemaakt. Als een vegetatietype ontbreekt wordt er niet met WOFOST gerekend en de statische invoer uit de “luse_svat.inp” genomen. Bij de koppeling met MODFLOW-MetaSWAP-WOFOST is ook extra model invoer nodig, waaronder andere meteorologische variabelen om de gewasontwikkeling te berekenen. Naar deze data kan worden verwezen in de “mete_grid.inp”. Om een connectie te maken tussen de rastercellen in MetaSWAP en de meteorologische rasters wordt de “svat2etrefgrid.inp” gebruikt (die bevat de connecties voor alle variabelen behalve neerslag). Meer informatie over de koppeling is te vinden in de gebruikershandleiding van MetaSWAP (link).