Gebruik
De instellingen van een MetaSWAP model worden gedefinieerd in een trits aan bestanden. Hieronder wordt in hoofdlijnen ingegaan op een paar vaak aangepaste variabelen. Een compleet en gedetailleerd overzicht van deze bestanden is te vinden in MetaSWAP’s in- en uitvoer gebruikshandleiding (Report_913_3_V8.1.2.4).
De modelinstellingen worden beschreven in het “para_sim.inp” bestand. In dit bestand kan bijvoorbeeld de keuze gemaakt worden over welke verdampingsmethode wordt gebruikt, of gewasgroei statisch is of moet worden gemodelleerd, en of zuurstofstress moet worden meegenomen in de berekeningen. Verder staat er in het “para_sim.inp” bestand nog andere informatie, zoals welke periode met welke tijdstap moet worden doorgerekend.
De algemene modelinvoer, en verdere verwijzingen daarnaar, worden beschreven in de “area_svat.inp”. Dit bestand bevat informatie over bijvoorbeeld de maaiveldhoogte, het bodemtype en het landgebruikstype. Sommige invoer wordt direct gebruikt in de berekeningen. Andere invoer verwijst verder naar gedetailleerdere tabellen. Zo verwijst het landgebruikstype in “area_svat.inp” naar een grotere tabel “luse_svat.inp” waarin allerlei eigenschappen voor dit landgebruikstype staan beschreven.
De meteorologische modelinvoer kan op verschillende manieren worden gekoppeld aan de verschillende SVAT-kolommen. In de “area_svat.inp” kan voor iedere SVAT-kolom verwezen worden naar een bepaald meteorologisch station dat is beschreven in “mete_stat.inp” . Alternatief kan gebruik gemaakt worden van raster-informatie (bij gebruik van Penman-Monteith is het bestand “mete_stat.inp” ook nodig). De hiervoor benodigde koppelingen tussen enerzijds SVATs en anderzijds meteorologische rastercellen staat beschreven in het “svat2precgrid.inp” bestand voor neerslag en in het “svat2etrefgrid.inp” bestand voor alle andere meteorologische variabelen.
De manier waarop bepaalde processen worden gesimuleerd is deels gedefinieerd in aparte bestanden. Zo wordt bijvoorbeeld de fractie aan preferente stroming naar het grondwater voor iedere SVAT-kolom gedefinieerd in het “fbypass_svat.inp” bestand. Deels staan procesinstellingen ook in algemene bestanden beschreven, zoals bijvoorbeeld bepaalde instelling voor beregening in de “luse_svat.inp”.
MetaSWAP kan niet losstaand gedraaid worden. Er is altijd een koppeling nodig met een grondwatermodel (MODFLOW). De koppeling tussen SVAT-kolommen en MODFLOW rastercellen staat beschreven in de “mod2svat.inp”. Voor deze koppeling kan een gedetailleerd (regionaal) MODFLOW model gebruikt worden, voor een zo realistisch mogelijke simulatie. Maar ook kan voor deze koppeling een dummy MODFLOW model gebruikt worden, om bepaalde aspecten van MetaSWAP te testen/evalueren.
Als laatste moeten initiële condities worden gedefinieerd voor een MetaSWAP model kan worden gedraaid. Dit kan op verschillende manieren - variërend van het starten met een evenwichtsdrukhoogteprofiel tot het starten met een opgeslagen resultaat van een eerdere berekening.
In eerdere versies van MetaSWAP werden twee parameters semi-automatisch gekalibreerd, namelijk: “fprzuni” en “hzncebs”. Met de verdere ontwikkeling van MetaSWAP is deze semi-kalibratie overbodig gebleken. Tijdens een webinar is dit ook verder toegelicht (link naar opname). Uit een test en vergelijk met SWAP, is gebleken dat beide parameters met een generieke waarde voor alle bodemeenheden goede resultaten geeft. Daarom is besloten om generieke waardes te gebruiken, respectievelijk “fprzuni”= 0,9 en “hzncebs”=1x10-13 m/d. De parameter fprzuni wordt gebruikt om bij de berekening van de gewasopname een weging te maken tussen het steady-state profiel uit de database voor de geldende grondwaterstand en de relatief uniforme drukhoogte in de wortelzone bij een steady-state profiel met een diepe grondwaterstand. De parameter hzncebs is de doorlatendheid die gebruikt wordt bij het reduceren van de bodemverdamping als gevolg van vochttekort. Dat is een extra reductie ten opzichte van Boesten en Stroosnijder, net zoals in SWAP wordt gedaan, maar in dat model op basis van de Richards vergelijking. Hoewel het wordt afgeraden, is het nog wel mogelijk om beide parameters aan te passen. Het handmatig aanpassen kan voor fprzuni in “para_sim.inp”, of in de database. Hznceb kan via de database, in de eerste eenheid, in “hznceb_swap.csv” worden aangepast.