Gebruik
Een SOBEK model kan uit het niets worden opgebouwd. Wanneer bij een waterschap of gemeente al een model beschikbaar is kan dat naar wens worden aangepast of verfijnd. Het opbouwen of aanpassen van een SOBEK-model kan vanuit de GUI met een druk op de “Schematisation” knop in het hoofdscherm van een SOBEK-project (figuur, links). Dit leidt naar tweede GUI (figuur, rechts), waarbinnen de volgende elementen aan een model kunnen worden toegevoegd:
- Watergangen en kunstwerken;
- Een netwerk van rioleringen, putten en overstorten;
- Neerslag-Afvoer knooppunten (onverhard, stedelijk, kassen en openwater) op basis van landgebruik en bodemeigenschappen van een bepaald oppervlak.
- Een hoogte- en weerstandsraster om de oppervlakkige afstroming 2-dimensionaal te kunnen simuleren.
Ook kan modelopbouw geautomatiseerd worden met modelgeneratoren die teruggrijpen op de basisdata zoals (Hy)DAMO. Het op deze manier opbouwen van een SOBEK model vereenvoudigt het proces en verhoogt de transparantie en herleidbaarheid. Alle stappen zijn immer gedefinieerd in de scripts die de automatische modelopbouw aansturen. Als een SOBEK model op deze manier wordt opgebouwd of aangepast, is het sterk aan te bevelen de resultaten naderhand te valideren in de GUI.
Naast het opzetten van een SOBEK model moeten meteorologische scenario’s worden gedefinieerd. Deze scenario’s worden gedefinieerd in het menu dat na een druk op de “Meteorological data” knop in het hoofdscherm van een SOBEK-project verschijn. Dit kunnen scenario’s zijn van extreme buien met hoge herhalingstijden die variëren tussen eens per jaar tot eens in de 100 jaar of nog extremer. Maar dit kunnen ook ontwerpbuien zijn om functioneren van kunstwerken te toetsen. Ook kunnen ook periodes van droogte gesimuleerd worden. Naast neerslag kunnen in het “Meteorological data” menu ook verdamping en windsnelheden en richtingen worden opgegeven. Deze informatie is bijvoorbeeld nodig voor droogtestudies (verdamping) of voor studies die voor extreme afvoeren de opstuwing van water door de wind willen meenemen.
De algemene modelinstellingen kunnen worden aangepast na een druk op de “Settings” knop in hoofdscherm van SOBEK-project. In dit menu kunnen onder andere de door te rekenen periode en tijdstap worden aangegeven. Daarnaast kan worden aangegeven hoe de modeluitvoer wordt weggeschreven. Zoals de gemiddelde waarde over een uitvoertijdstap of de waarde aan het eind van deze tijdstap.
Als het model is opgezet, de bui is gedefinieerd en de modelinstellingen zijn opgegeven kan het model worden gedraaid. Dit kan met een druk op de “Simulation” knop in het hoofscherm van het SOBEK-project (Figuur 11). Een eerste simulatie wordt vaak gebruikt om de initiële waterstanden te generen. Dit is vaak een simulatie die begint met hoge waterstanden en waarbij je het model net zo lang laat lopen totdat een evenwichtssituatie is bereikt. Deze evenwichtssituatie met initiële modelcondities wordt weggeschreven in de “restartfile”. Deze restartfile wordt dan als startpunt gebruikt voor daaropvolgende simulaties van bijvoorbeeld extreme buien.
Na de modelsimulatie is de modeluitvoer te bekijken met een druk op de “Results in maps” knop. Dit leidt naar een GUI waarbinnen bijvoorbeeld waterstanden en afvoeren van knooppunten, segmenten en kunstwerken kunnen worden bekeken. Daarnaast kunnen grafieken en tabellen van de modelresultaten worden gegenereerd met een druk op de “Results in charts” of “Results in tables” knop.

(Links) Startscherm SOBEK-project en (rechts) voorbeeld van de schematisatie van een SOBEK model met o.a. watergangen, rioolleidingen, kunstwerken, en neerslag-afvoer knooppunten.